Mossel

Mosselen verzamelen voedseldeeltjes op het met trilharen bedekte oppervlak van hun kieuwen. Het voedsel van de mossel bestaat uit planktonalgen, die zij bemachtigen door het langsstromende zeewater te filteren. 

 

In het voorjaar vindt de voortplanting plaats. Miljoenen larven komen dan vrij en zwemmen in de kustgebieden en zeearmen rond. Na ongeveer een maand begint de schelp zich te ontwikkelen en zinkt het zogenaamde mosselzaad onder het gewicht van hun schelp naar de bodem. Met behulp van byssusdraden (ook wel de baard genoemd) hechten zij zich vast aan de zeebodem, aan voorwerpen, stenen, of aan elkaar.

 

Op deze manier kunnen mosselen hele grote stukken zeebodem bedekken, de zogenaamde "mosselbanken". Mosselen vind je dus op stenen, meerpalen of aan elkaar gegroeid in trosjes.

Eten in het veld:

 

Spoel de mosselen eerst een keer grondig.  Zet ze op het vuur met een beetje schoon water en laat ze enkele minuten koken. Schut ze tussendoor een paar keer tot alle schelpen open staan. Ze kunnen wat zandig zijn en/of er kan een klein erwtenkrabbetje in zitten. Misschien wordt er wel een klein pareltje gevonden.

Recept voor thuis:

 

3 kg mosselen

100 g selderij, fijngesneden

3 el peterselie, fijngehakt en gewassen

1 kleine ui, in ringen gesneden

zwarte peper, versgemalen

1,5 dl droge witte wijn

 

Doe alle ingrediënten, behalve de mosselen, in een ruime pan en breng ze aan de kook. Laat alles gedurende enige minuten zacht stoven. Voeg vervolgens de mosselen toe en breng ze op hoog vuur aan de kook. Schud ze enige malen -  3 keer is een gangbare regel – tot alle schelpen open staan. Het vocht kun je gebruiken als basis voor saus of soep.