Een zwemmend zakje met een mond

In de Oosterschelde komen er volop voor: neteldieren.

 

Het basisplan van de neteldieren is simpel. Ze bestaan uit een zakje met maar één opening: een mond die tegelijk dienst doet als de anus van het dier. Rond de opoening zitten tentakels of vangarmen waarin gespecialiceerde cellen zitten. Die cellen kunnen harpoentjes afschieten.

 

Aan deze zogeheten "netelcellen" hebben de dieren hun naam te danken. Het gif uit deze harpoentjes verlamt de prooi, die daarna door de tentakles naar de mond wordt gebracht. Ze hebben duidelijk verschillende organen als een opperhuid, een maag en een eenvoudig zenuwstelsel.

 

Anemonen en koraal

In de Oosterschelde komen verschillende soorten anemonen voor. Een paar bekende zijn: zeeanjelier, weduweroos, baksteenanemoon, paardeanemoon en de slibanemoon. Eén van de mooiste maar meer zeldzamere anemonen in de Oosterschelde is de zeedalia. Deze kan varieren in kleur, van rood, roze tot geel / groenig. Er komt zelfs een zeer zeldzame zachte koraalsoort voor, als enige plek in Nederland: de dodemansduim.

 

Kwallen

Ook verschillende kwallen voelen zich thuis in de Oosterschelde. Kleine ribkwalletjes als de zeedruif en de meloenkwal. De zeepaddestoel met weinig kleur en doorzichtig. De oorkwal, goed te herkennen aan de vier oorvormige ringen aan de bovenkant. Prikken doen deze niet, de kompaskwal en de haarkwal daar in tegen wel.