Wilde bijen op Neeltje Jans

In het kader van het project Wilde bijenlinie wordt in een aantal gebieden van Het Zeeuwse Landschap gekeken welke wilde bijen hier leven en op welke wijze we ze kunnen stimuleren of onder de aandacht kunnen brengen.

 

Zo is er in het afgelopen seizoen o.a. op Neeltje Jans gekeken welke bijen hier voorkomen. Neeltje Jans is één van de gebieden die uitgekozen is, omdat van dit gebied nog weinig bijengegevens voorhanden zijn.

Grote Zijdebij

In het voorjaar werden hier o.a. de grote zijdebij en zijn koekoeksbij, de grote bloedbij, aangetroffen. De grote zijdebij is een bij die met name nestelt in kale zandige en lemige grond en zijn larven voedt van stuifmeel van wilgen. Genoemde basisvoorwaarden zijn ruim voorhanden op Neeltje Jans.

Grasbijen

Ook werd in het voorjaar een grote kolonie grasbijen aangetroffen op één van de landtongen. De grasbij kent jaarlijks twee generaties. De eerste (voorjaars)generatie is op Neeltje Jans met name afhankelijk van de vele hondsdrafplanten die op de landtong groeien; er zijn dan nog maar weinig andere bloeiende planten voorhanden. De tweede (zomer)generatie kon daarentegen kiezen uit een ruime verscheidenheid aan bloeiende planten, waaronder zeeraket, jakobskruiskruid en akkerdistel.

 

Opvallend was dat binnen de kolonie geen koekoeksbijen (kortsprietwespbijen) werden aangetroffen. Dit heeft te maken met de eilandsituatie waarin de kolonie zich bevindt; de koekoeksbijen hebben het eiland nog niet weten te bereiken. Hetzelfde zien we rond bepaalde planten waarop bepaalde bijen verwacht werden. Zo groeit op Neeltje Jans zeer veel wilde reseda en ook heggenrank, maar de resedamaskerbij en de heggenrankbij ontbreken nog.

Steilrandgroefbij

In de zomerperiode werd langs de zandige steilwanden aan de Oosterscheldekant o.a. ook de steilrandgroefbij gevonden. Dit is een leuke vondst, want deze bij is vrij zeldzaam. We zijn benieuwd of we het komende jaar nog meer bijzondere soorten gaan vinden.

 

Voor het hele artikel zie Het Zeeuwse Landschap.

 

Foto: Chiel Jacobusse