Economie

Economie en Oosterschelde horen bij elkaar!

De Oosterschelde is het enige nationale park waar ook de economie bij de doelstellingen hoort. De mossel- en oester visserij, beroepsvaart en recreatieondernemers leven immers van de Oosterschelde.

 

Recreatie 

De Oosterschelde is een aantrekkelijk recreatiegebied vanwege het dynamische landschap van eb en vloed, de onderwaterflora en -fauna, de binnendijkse natuurgebieden, het schone zwemwater, de vaarmogelijkheden, de rust en de ruimte. Het is een belangrijk duiksportgebied dankzij de interessante onderwaterflora en -fauna. Sportvissers beoefenen hun sport zowel vanaf de oever als vanuit sportvisbootjes. 

 

Recreanten bezoeken restaurants, hotels, rondvaartboten, zeilboten, campings, duikcentra, viswinkels, etc. en leveren daardoor een belangrijke bijdrage aan de Zeeuwse economie.

Visserij 

De visserij en kweek van schelpdieren zijn altijd een belangrijke bron van inkomsten geweest voor de Zeeuwen. Er wordt zowel gevist met sleepnetten als vast vistuig, zoals fuiken om paling of kreeften te vangen. De oesters en mosselen  worden beide als kleine schelpjes uitgezet en opgekweekt op percelen.

 

Op veel plaatsen staan er grote boomtakken in het water, de zogenaamde staken. Soms staan ze alleen, soms in groepen. Als ze netjes in een rechthoek staan dan geven ze de grens aan van de mosselpercelen. Ieder perceel is een soort akker. Het schelpdierkweken wordt daarom ook wel natte landbouw genoemd. Als ze door elkaar staan, dan zitten er fuiken aan om palingen, zeebaars, kreeften of andere vissen te vangen. Om hun eigen staken terug te vinden , tooien de vissers hun staken met plastic zakken, takken of andere versierselen.

 

De weervisserij op ansjovis is een bijzondere en oude manier van vissen die je nog maar zelden ziet. De vissen worden via 'weren', dat zijn staken van rijshout die in een V zijn geplaatst, in een 'kooi'  gedreven. De weervissers dwingen de vissen met een door twee man getrokken sleepnet in een fuik.

 

Mosselzaad

In het voorjaar laten de volwassen mosselen hun zaadcellen los in het water. Wolken van miljoenen mannelijke en vrouwelijke cellen vinden elkaar in het water. Na verloop van tijd vormt zich rond de larven een schelpje dat door zijn gewicht op den duur naar de bodem zakt. Met behulp van draadjes houden de kleine mosseltjes, wat dan mosselzaad genoemd wordt, elkaar vast en hechten aan de zeebodem. Een mosselzaadje is ongeveer 1 centimeter groot. De mosselkwekers halen hun mosselzaad van de Waddenzee. Zij vissen hierop in het voor- en najaar.

MZI’s

Om een dreigend te kort aan mosselzaad op te vangen wordt gezocht naar een alternatieve manier voor het invangen van mosselzaad via de zogeheten MZI’s, ofwel de mosselzaad invang installaties. Meer informatie hierover kunt u vinden op www.mzi.nu

Groei

Mosselen eten plankton. Het langsstromende water neemt dit mee en de mosselen filtreren het voedsel eruit en het slib dat meekomt, spugen ze weer uit. Een mossel kan per dag 100 liter water verwerken. De plaats waar de mosselen liggen bepaalt de snelheid van hun groei. Op plaatsen waar voedselrijk water stroomt, groeien ze het hardst. Gemiddeld doen mosseltjes er twee jaar over voordat zij goed zijn voor de consumptie.

 

Na een jaar zijn ze ongeveer 4 centimeter Eenjarige mosselen worden halfwasmosselen genoemd. De halfwasmosselen worden gezaaid op de meest groeizame percelen en bereiken een jaar daarna het stadium van consumptiemossel.

 

Platte oester

Tot 1963 was de Oosterschelde een zeer belangrijk productiegebied voor de Zeeuwse platte oester. De strenge winter van 1963 was voor de oesterkwekers een rampjaar. Tijdens die winter vroor bijna de gehele populatie kapot en de overblijvers waren niet in staat het bestand te laten herstellen. Met importoesters werd geprobeerd de kweek van platte oesters weer op te pakken, maar met de import werd ook een ziekte geïmporteerd, Bonamia. Die zorgt er voor dat een platte oester na het derde levensjaar sterft. Het kweken van platte oester gebeurt alleen nog in de Grevelingen. De ziekte is overigens niet schadelijk voor de mens.

Japanse oester

In de zestiger jaren was het nog steeds de bedoeling dat de Oosterschelde zou worden afgesloten. Om de oesterkwekers te helpen, werd het toegestaan de Japanse oester te importeren, ook wel de creuse genoemd. Tot de afsluiting zou dit enig soelaas bieden voor de oesterkwekers. De Oosterschelde bleef open en de creuse bleek zich tegen de verwachting in de Oosterschelde te kunnen voortplanten en zich ook in strengere winters te handhaven. Hij is ook niet ziektegevoelig.

 

In juni laten de oesters hun zaad los. Het water is dan warmer dan 18 graden. De oesterkwekers leggen mosselschelpen of kokkelschelpen in het water, waarop de oesterlarven kunnen hechten. April/mei van het volgende jaar kunnen de broedjes worden opgevist en net als mosselen op een perceel worden gezaaid. Daar groeien ze in drie á vier jaar op tot een consumptieoester.

Mosselveiling 

In Yerseke staat de enige mosselveiling van Nederland. De gekochte mosselen worden gedeponeerd op de percelen van de handelaren in de Kom van de Oosterschelde (de natte pakhuizen). Deze grond is zeer geschikt om de mosselen zandvrij te krijgen. Vanaf deze plaats gaan de mosselen naar de verwerkingsbedrijven en worden klaargemaakt voor de reis naar het bord van de mosselliefhebbers. Die zijn vooral in België te vinden, maar ook in Frankrijk en steeds meer ook in Nederland.

Hoofdtransportas 

De Oosterschelde is een druk bevaren en economisch zeer belangrijke vaarroute met de status van hoofdtransportas (ca. 45.000 schepen per jaar met een gezamenlijke lading van ca. 25 miljoen ton). De beroepsscheepvaart maakt vooral gebruik van de route Krammersluizen - Wemeldinge, via Keeten en het centrale deel van de Oosterschelde (Witte Tonnen Vlije, Brabantsch Vaarwater en Engelsche Vaarwater). Het is een verbinding tussen het Rijn-Maas-systeem en de industriegebieden bij Vlissingen en in Zeeuws- en West-Vlaanderen. 

 

De veiligheids- en milieuaspecten worden goed in de gaten gehouden, met name door Rijkswaterstaat. Een belangrijke rol daarbij vervult de Verkeerspost Wemeldinge, vanuit deze post worden schepen op de Oosterschelde begeleid.