Visserij

De visserij en kweek van schelpdieren zijn altijd een belangrijke bron van inkomsten geweest voor de Zeeuwen. Er wordt zowel gevist met sleepnetten als vast vistuig, zoals fuiken om paling of kreeften te vangen. De oesters en mosselen  worden beide als kleine schelpjes uitgezet en opgekweekt op percelen.

 

Op veel plaatsen staan er grote boomtakken in het water, de zogenaamde staken. Soms staan ze alleen, soms in groepen. Als ze netjes in een rechthoek staan dan geven ze de grens aan van de mosselpercelen. Ieder perceel is een soort akker. Het schelpdierkweken wordt daarom ook wel natte landbouw genoemd. Als ze door elkaar staan, dan zitten er fuiken aan om palingen, zeebaars, kreeften of andere vissen te vangen. Om hun eigen staken terug te vinden , tooien de vissers hun staken met plastic zakken, takken of andere versierselen.

 

De weervisserij op ansjovis is een bijzondere en oude manier van vissen die je nog maar zelden ziet. De vissen worden via 'weren', dat zijn staken van rijshout die in een V zijn geplaatst, in een 'kooi'  gedreven. De weervissers dwingen de vissen met een door twee man getrokken sleepnet in een fuik.

Mosselveiling 

In Yerseke staat de enige mosselveiling van Nederland. De gekochte mosselen worden gedeponeerd op de percelen van de handelaren in de Kom van de Oosterschelde (de natte pakhuizen). Deze grond is zeer geschikt om de mosselen zandvrij te krijgen.

 

Vanaf deze plaats gaan de mosselen naar de verwerkingsbedrijven en worden klaargemaakt voor de reis naar het bord van de mosselliefhebbers. Die zijn vooral in België te vinden, maar ook in Frankrijk en steeds meer ook in Nederland.