Dijken

Op heel wat plaatsen rond de Oosterschelde bestaat de dijkbekleding uit steen, betonblokken en basaltzuilen. Deze dijkbekleding zorgt voor een kunstmatige rotskust. Deze rotskust en de relatieve hoge watertemperatuur hebben ervoor gezorgd dat in de Oosterschelde planten en dieren voorkomen, die je voor de rest in Nederland niet ziet. Wel in Bretange en aan de Engelse zuidkust.Tussen de stenen vinden  planten en dieren voldoende beschutting en voedsel. Bovendien kunnen zij zich aan de stenen vasthechten.

 

Veel planten en dieren hebben zich aangepast aan de extreme omstandigheden in de Oosterschelde. Immers, bij laagwater vallen bepaalde dijkvakken droog en moeten zij zich tegen zon, zoet water (bij regen) en licht beschermen. 

 

Sommigen zijn daartoe uitstekend in staat, zoals de zeepok. De zeepok sluit zich bij eb helemaal af en weet daarmee uitdroging te voorkomen. Dieren en planten die wel gevoelig zijn voor uitdroging, licht en zoetwater leven ook bij laagwater onder de vloedlijn.

 

De dijken zijn het domein van vogels als de steenloper. Die peutert met zijn snavel kleine schelpdiertjes tussen de stenen uit. Zilvermeeuwen gebruiken de dijken als smidse. Zij laten oester- en mosselschelpen op het steen kapot vallen, zodat zij de smakelijke inhoud kunnen verorberen.