Eb en vloed

De Oosterschelde bestaat uit water, veel zout water. Het stroomt in het eeuwig ritme van het getij op en af.

 

Vloed is het 6 uur en 15 minuten durende opkomen van het water, eb het 6 uur en 15 minuten durende afgaan. De hoogste en de laagste stand duren ongeveer 10 minuten. Bij eb stroomt het water de Oosterschelde uit, door de Stormvloedkering naar de Noordzee. Bij eb vallen de zandplaten en slikken droog, stromen oude landbouw- en vissershaventjes helemaal leeg, steken de staken van fuiken hoog door de waterspiegel en bij laagwater kun je zelfs iets van de netten zien. Direct na het laagwater wordt het weer vloed. Bij vloed keert het water terug en lopen drooggevallen stukken weer vol. Bij hoogwater is de Oosterschelde van dijk tot dijk, van kade tot kade weer vol water.

 

In de bodem van de platen en schorren leven heel veel soorten wormen en schelpjes. Die dienen als voedsel voor vele vogelsoorten. De platen zijn ook heel belangrijk voor de zeehonden. Die rusten er uit en ze zogen er hun jongen.

 

Zonder het getij, dus als de platen en slikken niet droog zouden vallen, zouden de vogels nooit genoeg voedsel kunnen vinden en zouden er geen zeehonden zijn in de Oosterschelde!