Inlagen en karrevelden

Om te voorkomen dat bij een dijkdoorbraak, of bij een plotselinge dijkval of oeverafschuiving, een groot stuk achterland zou overstromen, zijn op gevaarlijke plekken achter de zeedijk inlaagdijken als reservedijken aangelegd. Het gebied tussen de oorspronkelijke zeedijk en de reservedijk noemen we een inlaag. Oorspronkelijk waren dit akkers of weiden. Nu zijn deze diepgelegen natte moerassen waardevolle natuurgebieden.

 

Inlagen zijn erg belangrijk voor vogels. In heel wat inlagen zijn broedkolonies gevestigd van bijvoorbeeld kokmeeuwen en sterns. Ook vogels die elders broeden zijn vaak in inlagen te vinden. Bij laag water voeden zij zich buitendijks op de slikken en platen. Om te 'overtijen' vliegen zij bij vloed naar de inlagen, waar zij in grote groepen wachten op eb.

 

De grond om de inlaagdijken mee te maken werd uit de inlaag zelf of uit de direct omgeving afgegraven en uitgekard. Deze karrevelden zijn nu nog te herkennen aan lange stroken grond (om met de karren overheen te rijden) afgewisseld met lange uitgegraven stroken.