Stormvloedkering

 De stormvloedkering, oftewel Oosterscheldekering is een dam tussen de Oosterschelde en de Noordzee. Door 62 openingen met schuiven van 42 meter breed, stroomt er nog steeds zout water de Oosterschelde in en uit. Als door storm gevaarlijk wordt, dan kunnen de schuiven worden gesloten. Dit gebeurt gemiddeld 2 keer per jaar. Zo zijn de mensen die rond de Oosterschelde wonen veilig én is de natuur en de visserij gered. In 1986 was de kering klaar.

 

In het midden van de Oosterscheldekering ligt het eiland Neeltje Jans. Vroeger was dit een zandplaat. Tijdens de bouw van de kering is het als werkeiland gebruikt. Daarna is het ingericht als natuurgebied. Op dit eiland staat het Ir. J.W. Topshuis; het bedieningscentrum van de kering.

Getij

Door de stormvloedkering stroomt nog maar een kwart van de oorspronkelijke hoeveelheid water in en uit de Oosterschelde. Door de Oesterdam en de Philipsdam is de oorspronkelijke Oosterschelde verkleind, waardoor het oude getij toch aardig in stand gehouden kon worden. Het verschil tussen hoogwater en laagwater is bij Yerseke afgenomen van 3.70 tot 3.25 meter.

 

Bij de stormvloedkering is het geweld van in- of uitstromend getij spectaculair te zien: 800 miljoen m3 (dat is 800.000.000.000 liter!) water stroomt onder de kering door. Maar ook aan de randen, de voet van dijken en de havens, en op de platen is het altijd een boeiend schouwspel. Je ziet het, je ruikt het!

 

Doordat de Oosterschelde een trechtervorm heeft is het hoogteverschil tussen hoogwater en laagwater niet overal hetzelfde. Achter in de Oosterschelde, aan de oostkant bij de Krabbenkreek of Oesterdam kan het water geen kant op en is het getijdenverschil veel groter dan voor in de Oosterschelde bij de kering.

 

Rijkswaterstaat is beheerder van alle Deltawerken, dus ook van de Oosterscheldekering. Op hun website is nog veel meer informatie te vinden.