Zandhonger

Op platen en slikken is het een komen en gaan van zand. In een gezonde zeearm is sprake van balans. Bij storm woelen hoge golven het zand van slikken en platen los en laten het wegstromen naar de geulen. Bij rustig weer maakt de vloedstroom het verlies weer goed: die schuurt het zand uit de geulen en brengt het terug naar de slikken en platen.

 

In de Oosterschelde is de balans verstoord door de aanleg van de Oosterscheldekering. De hoge golven voeren het zand nog steeds van de platen weg, maar de vloedstroom is te zwak om het terug te brengen. Al het zand dat in de geulen belandt, blijft daar liggen. Het lijkt alsof de geulen iedere korreltje hongerig in zich opnemen: de geulen hebben zandhonger.

 

Ingrijpen

De zandhonger knabbelt jaarlijks zo'n 100 voetbalvelden van de droogvallende slikken, platen en schorren af. Zonder ingrijpen zou aan het einde van deze eeuw nagenoeg alles verdwenen zijn. Vogels moeten van een steeds kleinere tafel eten. Zeehonden verliezen zo hun leefgebied. Ook voor mensen gaat veel verloren: de parel van Zeeland verliest zijn glans.

 

Daarnaast worden de golven door het afkalven van zandplaten niet meer geremd en slaan ze met meer geweld op de achterliggende dijken. Zo worden de dijken heviger aangetast, wat een gevaar kan zijn voor de veiligheid in en rond de Oosterschelde.

 

In dit filmpje leggen de zilverplevieren Duko en Pien de zandhonger uit.