Zeehonden

Zeehonden kun je met laag water zien, als ze liggen te zonnen op zandbanken, vlak bij een geul. De favoriete plekken waar ze rusten zijn op de Roggenplaat en op de kop van de Vondelingsplaat.

 

Eind jaren '70 was de zeehond vrijwel uitgestorven door jacht, vervuiling en rustverstoring. In de Oosterschelde is een stabiele groep van ronde de 150 dieren. Zij worden niet gehinderd door de stormvloedkering en zwemmen er gewoon door. Meerdere keren per jaar worden de zeehonden geteld. Deze telling zijn te vinden op een de Natura200 kaart op het Geoloket van de provincie Zeeland.

 

Dit zijn vrijwel altijd “gewone zeehonden”, maar ook de grijze zeehond komt hier voor. Ze eten vier tot acht kilo vis per dag, het liefst platvissen (bijv. schol en bot), die ze uit de diepe geulen halen. In het wild kunnen ze tussen 20 en 30 jaar oud worden. Ze worden dan bijna 2 meter lang en wegen ruim 100 kilo!

 

Rustplekken

In het water zijn ze niet erg bang van mensen (ze zwemmen wel 35 kilometer per uur), op een zandbank wel. In de zomer, als de jongen geboren worden, is het erg belangrijk dat de zeehonden met rust gelaten worden. De jongen hebben de hele laag-water-periode nodig om voldoende melk te drinken! Als ze te veel worden verstoord, dan krijgen ze niet genoeg drinken binnen en verzwakken.

 

Verschillende rondvaartboten van klein tot groot varen het hele jaar door naar de zeehonden. Ze zijn vanaf de boot goed te zien zonder dat ze verstoord worden. Op de kaart met alle activiteiten onder het icoon varen staan ze vermeld.