Afstandstrekkers

Lange en korte

Kampioen lange afstandstrekker is de noordse stern. Deze soort broedt tot boven de poolcirkel (maar broedt ook in Nederland) en overwintert rond Antarctica. Dit is dan ook waarschijnlijk het dier dat het meeste daglicht in zijn leven ziet!

 

 

Met name insectenetende vogels trekken vaak over grote afstanden. In de zomer vinden zij in Noord-Europa heel veel verschillende soorten insecten, maar in de winter zijn die er bijna niet. Een mooi voorbeeld zijn zwaluwen. In de zomer vangen zij hier vliegend volop insecten, maar in de winter moeten zij, bij gebrek aan vliegende insecten, uitwijken naar zuidelijker oorden.

 

Zo overwinteren ‘onze’ boerenzwaluwen tot in Kaapstad, Zuid-Afrika! Dit geldt min of meer ook voor vele soorten steltlopers. Ook zij zijn dol op insecten, aangevuld met wormen en kreeftachtigen. Ook dat voedsel is er in de wintermaanden maar weinig in Noordwest Europa.

Het andere uiterste wordt gevormd door korte afstandstrekkers, zoals bijvoorbeeld de roodborst. Deze soort verhuist in de winter bijvoorbeeld van Denemarken naar Nederland en vindt de Nederlandse winters mild genoeg om te overleven. De roodborst in je tuin is in de winter zeer waarschijnlijk een andere vogel dan de roodborst die je in de zomer zag!