Leestijd: ca. 6 minuten

Het begon allemaal bij een congres over de toekomst van de Oosterschelde. Thema’s als zeespiegelstijging en klimaatverandering stonden centraal. Destijds, in 2018, was het 50 jaar geleden dat er mensen opstonden om de Oosterschelde open te houden. Daaruit kwam de Oosterscheldekering voort. Maar hoe zou de Oosterschelde er over 50 jaar uitzien? Wat zijn bedreigingen, wat de uitdagingen? 

Philip Drontmann, vanaf het begin betrokken als aanjager, vertelt: Het werd daar voor iedereen heel duidelijk dat zeespiegelstijging, klimaatverandering en biodiversiteitsverlies een serieuze bedreiging vormen voor de Oosterschelde. We spraken toen af: laten we zorgen dat we de tijd goed benutten om na te denken over maatregelen die voor een veerkrachtige Oosterschelde kunnen zorgen. En dan niet met belanghebbenden lijnrecht tegenover elkaar, zoals 50 jaar geleden bij het openhouden of juist afsluiten van de Oosterschelde. Nee, het doel was om vroegtijdig de samenwerking op te zoeken, om de verschillende belangen bij elkaar te brengen.’ 

Die doelen leidden tot vervolgprojecten: de Levende Dijk en de Schorren en Slikken van Viane. Gemene deler in deze trajecten is ‘niet alleen woorden, maar ook daden’: niet alleen praten en langetermijnonderzoek, maar ook proberen en testen of het werkt en de uitdagingen tastbaar en begrijpelijk maken. 

Dijken vol leven

‘Kunnen dijken een bijdrage leveren aan de vitaliteit van de Oosterschelde?’ Dat is de vraag waar het Levende Dijk-project mee startte. Historisch gezien kennen de Oosterscheldedijken maar één doel: waterveiligheid. 

Daar voegt Drontmann, die het Levende Dijk-project aanjaagt, een tweede doel aan toe: ‘Dijken zouden ook de natuur kunnen ondersteunen. Bij Ouwerkerk bijvoorbeeld zijn kilometers dijk bedekt met bitumen. Laag in onderhoud, doelmatig, veilig. Maar ook: een dooie dijk. Terwijl de biodiversiteit achteruit holt en dijken daarin een cruciale schakel kunnen vormen. Daarom is nu bij Ouwerkerk onder andere een proefvlak ingericht waar anders wordt ingezaaid en gemaaid. Zo kunnen kruidenrijke dijken met betere beworteling ontstaan, wat zorgt voor een sterkere dijk en meer natuurwaarde. De Radboud Universiteit doet hier onderzoek naar.’  

Juist de gradiënt tussen zoet en zout is van levensbelang voor veel plant- en diersoorten. Vloedmerkplanten als zeekool en gele hoornpapaver groeien op de dijken, strandplevieren en bontbekplevieren broeden op de strandjes langs Nationaal Park Oosterschelde. Drontmann ziet de dijk niet zo begrensd, niet zo statisch. ‘We hebben het liever over de dijkzone, van de vooroever tot de inlaag achter de dijk. Als we echt iets willen veranderen, moeten we naar het geheel kijken. Bij toekomstige dijkverzwaringen moeten waterveiligheid en natuurwaarde dan ook hand in hand laten gaan. 

Zijn er over 50 jaar nog schorren?

‘De schorren die we nu verliezen aan erosie, groeien nooit meer aan,’ vertelt Peter van Veelen. Hij werkt als aanjager aan het project Slikken en Schorren van Viane, een prachtig getijdengebied. Maar: ‘Als we niks doen, hebben we over 50 jaar geen schorren meer. Het gebied erodeert en verdwijnt, er groeit geen nieuw schor aan. Daarom zoeken we hier samen met onder andere Rijkswaterstaat, Provincie Zeeland, NIOZ en Hogeschool Zeeland naar kleinschalige oplossingen, naturebased solutions, die eraan bijdragen dat dit unieke gebied zo lang mogelijk kan bestaan. We werken nu toe naar een plan, gebaseerd op de kennis uit eerder onderzoek, waarin we diverse oplossingen samenbrengen in dit gebied. Een natuurgerichte aanpak, met bijvoorbeeld oesterriffen, rijshouten dammen om schorranderosie tegen te gaan en kleinschalige zandsuppletie. Zodat we, als we alles optellen, het gebied op een natuurlijke manier beter beschermen.’ 

Op zoek naar de win-win

‘Als je aan een dijk komt, gaat dat iedereen aan,’ vertelt Drontmann. ‘Overheden, boeren, natuurorganisaties, inwoners en recreanten. Op het eerste gezicht lopen de belangen uiteen. We brengen die verschillende partijen bij elkaar, onderzoeken de behoeften. Vaak kom je op verrassende oplossingen en liggen de belangen dichter bij elkaar dan je zou denken. Bij Ouwerkerk is bijvoorbeeld de Nederlandse Onderwatersportbond aangehaakt – een groot deel van de dijk ligt immers onder het wateroppervlak. Duikers zijn onze ogen en oren onder water, met een grote behoefte aan een soortenrijke onderwaterwereld.’ Van Veelen vult aan: ‘Bij Viane liggen aan de rand van het gebied een aantal mosselpercelen, waar door erosie steeds meer zand in komt. Daar is de ondernemer in kwestie niet blij mee. Een van de ideeën is om dat zand te benutten voor een kleinschalige zandsuppletie. Zo zoeken we steeds naar de win-win, naar wat ons verbindt.’  

Betrokken buren

Drontmann en Van Veelen organiseerden afgelopen najaar voor het eerst een Burendag in het gebied, samen met Nationaal Park Oosterschelde, NIOZRijkswaterstaat en Provincie Zeeland. ‘Een geslaagde dag met een flinke groep burenInwoners met een grote betrokkenheid bij het gebied: mensen die hier vroeger schapen hadden lopen of pieren staken. Dat kan nu niet meer, maar de behoefte om betrokken te zijn bij hun achtertuin en iets te doen bleek groot. Er lag behoorlijk wat afval in het gebied, dat hebben we meteen opgeruimdVervolgens ontstond het idee om één keer per jaar met omwonenden een schoonmaakactie te organiseren in het gebied. Die staat inmiddels gepland, op vrijdag 13 maart.’ 

Het verhaal van de bontbekplevier

Zeeuwen die dicht bij de Oosterschelde wonen, krijgen een steeds grotere rol: zij zijn de ogen en oren van de buurt, ambassadeurs van het Nationaal Park. Er zijn mensen die afval rapen, of die kwetsbare bontbekpleviernestjes beschermen. En met effect: sinds inwoners samen met natuurorganisaties en overheden de nesten monitoren en beschermen, is er een voorzichtige groei in de Zeeuwse bontbekplevierpopulatie te zien. 

Drontmann: ‘Zulke verhalen zijn belangrijk. Het maakt de opgave tastbaar, en je ziet dat wat je doet effect heeft. Het raakt veel dimensies. Zo hebben bontbekplevieren levende dijken nodig en strandjes zonder afval, maar ook strandjes waarop aangespoelde wieren – hun voedselbron – blijven liggen. Planten en dieren, zoals ook de sepia, paling en zeekool, vertellen het verhaal van onze opgave – een vitale Oosterschelde – én van hoe iedereen daar een rol in kan spelen.’ 

‘We willen laten zien welke maatregelen we testen, maar ook bewustzijn en gevoel van urgentie creëren over wat we te doen hebben – het is geen nice to have,’ zegt Van Veelen. Drontmann: ‘Met ons werk creëren we een beweging: er wordt nu al anders gedacht over dijken, schorren en slikken dan vijf jaar geleden. De kracht van elkaar opzoeken, mensen meenemen, verwonderen is niet te onderschatten.’ 

Opkomend tij

Hoe ontstaat het getij?

In ruim zes uur wordt het vloed – het water wordt hoger, daarna wordt het in dezelfde tijd eb – het water wordt weer lager. Eb en vloed ontstaan door de aantrekkingskracht van de maan op het water op aarde.

 

De maan trekt als het ware aan het water, waardoor het water in de zeeën een bepaalde kant op beweegt. De aarde draait om haar eigen as en om de zon heen. Daardoor is de plek waar de maan het sterkst aan het water trekt telkens verschillend.

 

Bekijk het WERKELIJKE GETIJ en UITLEG.

Meer weten?

Meer over het Getij