Eten uit de Oosterschelde

De Oosterschelde biedt niet alleen aan vogels een rijke dis, ook wij kunnen er van proeven. Oesters, mosselen en alikruiken (krukels op zijn Zeeuws), het ligt er letterlijk voor het oprapen. Een eigen maaltje bij elkaar scharrelen mag. Deze zaligheden delen we wel met een heleboel vogels of ze liggen op plekken waar de vegetatie niet tegen betreding kan. Met deze paar regels kunnen we allemaal blijven genieten.

Laag water

Rondom de hele Oosterschelde zijn mosselen, oesters en kreukels te vinden op en tussen de stenen in de getijdenzone langs de voet van de dijk. Rapen kun je twee uur voor en twee uur na laag water. Bij hoog water zijn de schelpdieren onder water en niet meer te vinden. Een indicatie van het getij kan je vinden via de getijdentool.

 

Houdt het tij en het weer goed in de gaten zodat je niet verrast kan worden door het opkomend water.

Toegankelijkheid

De Oosterschelde is een beschermd natuurgebied (Natura 2000).  Op veel plekken mag je komen maar niet overal. De gebieden waar je wel mag komen (toegankelijke gebieden) zijn te vinden op de deze kaart van Rijkswaterstaat. Zorg er ook in deze gebieden voor dat je de natuur niet verstoort (zie regels).

 

Het is mogelijk dat in het veld bordjes staan met verouderde onjuiste informatie. Houdt de informatie aan die op bovenstaande kaart is aangegeven.

Opletten

Rechtstreeks eten uit de natuur is heel bijzonder. Blijf attent op wat je ziet en doet, bij twijfel niet eten. Geniet dan van deze zilte zaligheden in één van de plaatselijke restaurant, neem deel aan een proeverij of excursie.

 

Kijk op de activiteitenkaart voor de mogelijkheden. Het zelf rapen en eten van deze zilte zaligheden is op eigen risico. In de zomer planten de oesters zich voort (melken). Hun smaak is dan een stuk minder.

 Hier staan alle regels op een rijtje.